Logo Horizontaal
Welkom in de wildernis

juni - oktober

Midden-Zweden - Zweden

Welkom in de wildernis

Eindeloze oerbossen, duizenden meren en glooiende hoogvlaktes maken Midden-Zweden tot een toegankelijke wildernis waar je in stilte wandelt.

Midden-Zweden strekt zich uit van Jämtlandsfjäll en Härjedalen tot de Höga Kusten en biedt een grote variatie aan landschappen en uitzichten. De streek staat bekend om zijn boomloze hoogvlakten, stille natuurreservaten, karakteristieke kustlandschappen, de vele meren en moerassen en een rijk cultureel erfgoed met rotstekeningen, Vikinggraven, oude mijnen en historische bergboerderijen.

Wat je op je lijstje kunt zetten: het ruige fjälllandschap rond Helags en Vålådalen, de bijzondere merenwereld van Rogen, het nationale park Skuleskogen en de Höga Kusten, die met meer dan 280 meter de hoogste kustlijn ter wereld heeft en op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staat.

Van fjäll naar zee

De regio bestaat uit drie grote landschapstypen. In het westen liggen de fjäll, met afgeronde toppen, brede bergkammen en uitgestrekte hoogvlakten. Anders dan in de Alpen vormen ze geen aaneengesloten bergketen, maar afzonderlijke massieven die door dalen en laagtes van elkaar worden gescheiden.

Tussen de bergen en de kust strekt zich een golvend heuvelland uit. Grote rivieren zoals de Ångermanälv, Indalsälv, Ljungan en Ljusnan zie je richting de Botnische Golf stromen. Het landschap wordt grotendeels bedekt door naaldbossen, afgewisseld met moerassen en meren.

Aan de oostkant wacht je een heel andere wereld. Langs de kust bepalen rotsformaties, strandwallen en eilandgroepen het beeld. Vooral bij de Höga Kusten zijn de sporen van de voortdurende landopheffing bijzonder opvallend.

Gevormd door ijs

Veel van wat je onderweg ziet, is ontstaan tijdens de ijstijden. Gletsjers schuurden diepe dalen uit en lieten morenen, zandvlaktes, merenplateaus en dodeijsgaten achter. Daardoor ontstond het netwerk van langgerekte meren en brede rivieren dat zo kenmerkend is voor Midden-Zweden.

Sommige wandelgebieden laten die geschiedenis heel duidelijk zien. Rond het Rogenmeer wandel je door een opvallend landschap van moreneruggen, kleine meren, moerassen en oude dennenbossen. In Bjurälven zorgen karstverschijnselen zoals zinkgaten en een ondergrondse rivier voor een heel ander decor.

Tussen taiga en toendra

Tijdens een wandeling maak je vaak meerdere vegetatiezones mee. In de lagere delen overheersen uitgestrekte sparren- en dennenbossen. Hogerop volgen berkenbossen die de overgang vormen naar de boomloze fjälltundra.

Boven de boomgrens wordt de begroeiing steeds lager. Eerst zie je dwergstruiken, heide en wilgenstruwelen, daarna nemen korstmossen langzaam de overhand. Daartussen liggen moerasgebieden in allerlei vormen, van kleine veenkommen tot uitgestrekte hoogvenen.

Op enkele plekken valt ook de bijzondere plantenrijkdom op. Zo staat Hamrafjället bekend om zijn opmerkelijk gevarieerde flora, met honderden soorten vaatplanten en diverse orchideeën.

Bijzondere ontmoetingen

Wie graag dieren observeert, heeft in Midden-Zweden veel kans op bijzondere ontmoetingen. Op de fjäll zijn rendieren een vertrouwd onderdeel van het landschap. Ze vormen de basis van de Sami-rendierhouderij die hier al generaties lang aanwezig is.

In de bossen leven elanden, bevers en otters. De grote roofdieren van Zweden, beer, wolf, lynx en veelvraat, komen eveneens voor in delen van de regio, al zijn ze uiterst schuw en worden ze zelden gezien.

Ook vogelaars komen aan hun trekken. Op de fjälltundra leven onder meer sneeuwgors en alpensneeuwhoen, terwijl in de bossen de taigagaai, drieteenspecht en het auerhoen voorkomen. Langs de kust kun je uitkijken naar soorten als noordse stern, eidereend en zeekoet.

Rust en ruimte

De wandelmogelijkheden zijn enorm gevarieerd, waarbij je altijd de rust en ruimte van Midden-Zweden ervaart. Je kunt kiezen voor korte gezinswandelingen, dagtochten naar uitzichtpunten en meren of meerdaagse trektochten door afgelegen berggebieden.

Populaire gebieden zijn onder meer Rogen, Vålådalen, Sylarna, Helags, Sånfjället en Skuleskogen. Daarnaast lopen er meerdere langeafstandsroutes door de regio, waaronder de Zuidelijk Kungsleden, de Högakusten-Leden en de Romboleden.

Wandelen in de fjäll vraagt wel respect voor de omstandigheden. Paden kunnen stenig of nat zijn, doorwaadbare plaatsen komen voor en het weer kan snel omslaan. Op de boomloze hoogvlakten bieden schuilhutten extra veiligheid tijdens langere tochten.

Wanneer ga ik?

Aan de kust en in de lagere gebieden loopt het wandelseizoen doorgaans van begin juni tot begin oktober. In de fjäll begint het seizoen later en eindigt het eerder vanwege sneeuwvelden en hoge waterstanden.

Voor bloemenliefhebbers zijn juni en, in de bergen, juli interessant. Augustus en september zijn aantrekkelijk voor wie geïnteresseerd is in bessen, paddenstoelen en de eerste herfstkleuren. De kleurrijkste herfstperiode valt meestal in de eerste helft van september.

Cover van de Rother-gids Midden-Zweden

Midden-Zweden

De schoonheid en ongereptheid van Midden-Zweden zijn woest en opwindend. Van de ruige berglandschappen en gletsjers aan de Noorse grens tot de eindeloze bossen, stille meren en schilderachtige vissersdorpjes aan de Oostkust. Onderweg kom je ruimte, stilte en ongerepte natuur tegen, en ontdek je oude vikinggraven en rotstekeningen uit de Steentijd. Het maakt je oerervaring compleet.
19,99

Je koopt de wandelgidsen op de website van de uitgever. Wij verkopen zelf niets.