Logo Horizontaal
Hoog en toegankelijk

mei - oktober

Hohe Tauern - Oostenrijk

Hoog en toegankelijk

In Nationaal Park Hohe Tauern wandel je in een decor van indrukwekkende Alpenreuzen. Het gebied heeft 266 bergpieken van boven de 3.000 meter. Overal om je heen schieten bergen omhoog.

Aan de noordzijde strekt Hohe Tauern zich uit van de Gerlospas tot de Großglockner Hochalpenstraße. Je loopt door lange dalen, over alpenweiden en bergkammen en langs stille bergmeren.

De Großglockner en Großvenediger zijn de bekendste blikvangers, maar het landschap biedt veel meer, zoals de Krimmler watervallen, het langgerekte Krimmler Achental, het gletsjerlandschap van het Obersulzbachtal en panoramabergen als de Wildkogel.

De afwisseling tussen toegankelijk bergland en ruig hooggebergte maakt de regio interessant voor wandelaars van elk niveau.

Van almen naar rots en ijs

Nationaal Park Hohe Tauern bestaat uit verschillende landschapszones. In de buitenzones wandel je door een cultuurlandschap dat eeuwenlang door bergboeren is gevormd, met alpenweiden, bergweiden en delen van het bergwoud. Hogerop beginnen de kernzones, waar rotsen, puinhellingen, gletsjers en alpiene vegetatie het landschap bepalen.

Binnen enkele uren kun je verschillende vegetatiezones doorkruisen. Onderweg passeer je bergbossen, bloemrijke weiden, dwergstruiken en kale rotsgebieden. Op grote hoogte ligt ook in de zomer soms nog sneeuw. Dieren die je kunt tegenkomen zijn de steenbok, gems, alpenmarmot, steenarend en lammergier, ook wel de big five van Hohe Tauern genoemd.

Shutterstock 2172919319

Water in alle vormen

Water speelt een hoofdrol in de noordelijke Hohe Tauern. Het bekendste voorbeeld zijn de Krimmler watervallen, waar de Krimmler Ache in drie gedeelten in totaal 380 meter naar beneden stort. Via een aangelegd wandelpad heb je bij verschillende uitkijkpunten zicht op een spectaculair schouwspel.

Elders zijn het juist stille bergmeren die het landschap bepalen. De Unterer en Oberer Gerlossee liggen tussen rotsen en gletsjerbergen, terwijl de Rainbachsee vanaf een hooggelegen terras uitzicht biedt op het omliggende bergland. Ook de Seebachsee en Foiskarsee liggen verscholen in rustige kommen. Hier kun je in stilte genieten van het ruige berglandschap.

Lange dalen en berghutten

Kenmerkend voor de noordkant van de Hohe Tauern zijn de lange Tauerndalen. Het Krimmler Achental strekt zich bijvoorbeeld ver het hooggebergte in. Ook het Habachtal, Hollersbachtal en de beide Sulzbachtäler vormen toegangen tot de bergen.

Shutterstock 2144955689

Verspreid over het gebied liggen berghutten zoals de Zittauer Hütte, Richterhütte, Warnsdorfer Hütte en Kürsinger Hütte. Sommige vormen een wandeldoel op zichzelf, andere zijn een uitvalsbasis voor hogere toppen of meerdaagse tochten. In verschillende lange dalen rijden Nationalpark-taxi’s, waardoor lange aanlooproutes kunnen worden ingekort.

Krimmler Tauernhaus

Als je door de Hohe Tauern wandelt, loop je door een landschap waarin mensen al eeuwenlang onderweg zijn. In het Krimmler Achental en over de Krimmler Tauern volg je een oude verbinding over de Alpen. Onderweg kom je langs het Krimmler Tauernhaus, dat al in 1389 werd genoemd en eeuwenlang onderdak bood aan reizigers die de bergen doorkruisten.

Shutterstock 2543092209

Wandelen op elk niveau

De wandelmogelijkheden lopen uiteen van goed onderhouden paden tot uitdagende beklimmingen in hoogalpien terrein. Eenvoudige routes zijn doorgaans breed en goed gemarkeerd. Zwaardere wandelingen voeren over steile en smallere paden, soms met passages die met staalkabels zijn beveiligd. Ga je voor de moeilijkste tochten, dan zijn tredzekerheid, ervaring en een gevoel voor hoogte noodzakelijk.

Ook gletsjervrije drieduizenders liggen binnen je bereik als je een ervaren bergwandelaar bent. De Larmkogel, Richterspitze en Keeskogel zijn daar voorbeelden van. Wie het rustiger aan wil doen, kan kiezen voor almen, watervallen, bergmeren en uitzichtpunten zoals de Wildkogel.

Wanneer ga ik erheen?

Wil je hoger de bergen in, dan bepalen sneeuw en weer wanneer je op pad kunt. Op hoogte kan oude sneeuw tot midden in de zomer blijven liggen en kan het weer snel omslaan, met kou, wind, regen en zelfs ijs. Voor deze wandelingen kun je daarom het beste uitgaan van de periode van ongeveer juli tot half september. Kies je voor lagergelegen routes, dan heb je meer ruimte: daar begint het wandelseizoen eerder en loopt het langer door.